Na een verbouwing van ongeveer €13 miljoen stond het Sprengenbeek College in Epe (destijds RSG N.O.-Veluwe) voor een onverwacht probleem. Het schoolgebouw was klaar voor gebruik, maar de benodigde verzwaring van de elektriciteitsaansluiting bleek niet tijdig beschikbaar. Door de netcongestie, de drukte op het elektriciteitsnet, kon Liander geen extra capaciteit beschikbaar stellen. Zonder oplossing dreigde de vernieuwde school haar deuren niet op tijd te kunnen openen.
De school legde het vraagstuk daarom voor aan het Ondersteunings- en Kennisnetwerk Energieinitiatieven (OKE) van Regio Stedendriehoek. Het OKE is een regionaal netwerk voor vernieuwende lokale energie-initiatieven. Het verbindt onder meer initiatiefnemers met de kennis en expertise die nodig zijn om energievraagstukken verder te brengen. Bij dit vraagstuk werd niet direct gekozen voor meer techniek, maar eerst voor beter inzicht. In plaats van kostbare noodmaatregelen met batterijen of aggregaten stelde het OKE voor om een dynamische gebouwanalyse uit te voeren.
De analyse werd uitgevoerd door Antonin van den Bree van Bouwdynamica. Voor ongeveer €10.000 werd een digitale tweeling van het gebouw gemaakt, waarmee het gedrag en energieverbruik onder verschillende omstandigheden werden nagebootst en doorgerekend. Daarbij werd rekening gehouden met onder meer de bezetting van de school, het gebruik van installaties en verschillende weersomstandigheden.
Het verschil bleek groot. Waar eerder werd uitgegaan van een benodigde aansluitcapaciteit van ongeveer 400 kW, liet de simulatie zien dat het gebouw naar verwachting ook goed kon functioneren met de bestaande aansluiting van 160 kW. Daarmee verviel de noodzaak voor kostbare noodvoorzieningen en kon de school volgens planning haar deuren openen.
In september 2025 gingen de eerste leerlingen van start in het vernieuwde gebouw. Een jaar later, na een winter én een warme zomer, blijkt de analyse opmerkelijk nauwkeurig te zijn geweest. Het gebouw is comfortabel gebleven en de bestaande aansluiting bleek steeds voldoende voor het elektriciteitsverbruik.
Eerst het gebouw doorrekenen, daarna de techniek bepalen
Misschien nog wel belangrijker dan het directe resultaat is wat dit project leert voor toekomstige bouw- en renovatieprojecten. De betrokken adviseurs, installateurs en projectleiders concludeerden dat een dynamische gebouwanalyse eigenlijk al aan het begin van een bouwproject zou moeten plaatsvinden.
Als ontwerpers vooraf weten hoe een gebouw zich in de praktijk gedraagt, kunnen verwarmings-, koel- en elektrotechnische installaties veel nauwkeuriger worden afgestemd op wat daadwerkelijk nodig is. Dat levert niet alleen lagere investeringskosten op, maar kan ook de benodigde aansluitcapaciteit verkleinen. Juist in een tijd waarin netcapaciteit schaars is, kan dat het verschil maken tussen een project dat stilvalt en een project dat doorgaat.
De ervaring bij het Sprengenbeek College laat zien dat slim rekenen soms veel effectiever én goedkoper is dan extra techniek toevoegen. Het loont daarom om dergelijke simulaties vaker als eis op te nemen bij aanbestedingen van nieuwbouw- en renovatieprojecten.
Dit project laat zien dat netcongestie niet altijd vraagt om zwaardere aansluitingen of extra techniek. Soms begint de oplossing met beter inzicht. Daarom zet het OKE zich in om initiatiefnemers, adviseurs en opdrachtgevers met de juiste kennis en expertise te verbinden. Zo kunnen projecten sneller, slimmer én betaalbaarder worden gerealiseerd.
Foto: ©Sprengenbeek College