Ruimtelijke Ontwikkeling

Voorzieningen in beeld: op naar het Ontwikkelperspectief 2050

25 juni 2026

Het is fijn leven in onze regio. Mensen wonen en werken er graag en dat willen we in de toekomst zo houden. Daarom werkt de Regio Stedendriehoek samen met het Rijk, twee provincies en drie waterschappen aan het Ontwikkelperspectief 2050, de verstedelijkingsstrategie voor de regio. Centrale vraag hierin: hoe kunnen we onze ontwikkeling zo vormgeven dat we de brede welvaart van de regio vasthouden? Denk daarbij aan thema’s als wonen, werken, natuur, energie en bereikbaarheid. Het antwoord vraagt om een veelheid aan keuzes. Recent onderzoek naar het voorzieningenniveau in de regio helpt daarbij. Hoe dit zit en welke inzichten het onderzoek geeft? We vroegen het aan Sietske Heddema, programmamanager Ruimtelijke Ontwikkeling en Rik Eijkelkamp van adviesbureau DTNP. 

 

Voorzieningen maken het verschil 

Een van de opgaven in onze regio: de realisatie van circa 40.000 tot 50.000 nieuwe woningen tot 2050. Waar deze woningen komen, heeft impact op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen. Een nieuwe wijk in een dorp kan immers betekenen dat er winkels bij komen of dat een huisarts zich vestigt. De aanwezigheid van voorzieningen dichtbij bepaalt sterk hoe aantrekkelijk en leefbaar iemand zijn woonplaats vindt. Hoe ver moet m’n kind fietsen naar school? Zit er een theater in de omgeving? Kan ik vanuit m’n sportclub snel even langs de supermarkt? De antwoorden maken voor veel mensen het verschil. 

 

Onderzoek naar voorzieningenniveau 

Inzicht in hoe de regionale voorzieningenstructuur in elkaar steekt en werkt, is dus belangrijk bij het maken van keuzes waar woningen te bouwen. Dat inzicht was nog onvoldoende aanwezig in onze regio, vertelt Sietske Heddema: 

 “In het proces om te komen tot het Ontwikkelperspectief 2050 kwam steeds dringender de vraag naar voren: wat betekent verstedelijking eigenlijk voor de leefbaarheid in de dorpen? Hebben we voldoende in beeld welke voorzieningen belangrijk zijn? Hoe is de afhankelijkheid van dorpen onderling en welke invloed hebben maatschappelijke trends zoals vergrijzing en veranderend consumentengedrag op voorzieningen? Deze onderwerpen stonden centraal in het voorzieningenonderzoek dat DTNP voor de Regio Stedendriehoek heeft uitgevoerd, gesubsidieerd door de Provincie Gelderland.” 

 

Focus op de basisschool, de huisarts, de supermarkt en de HEMA 

Hoewel een museum, park en recreatiegebied zeker bijdragen aan de leefbaarheid, richtte het onderzoek zich specifiek op basisvoorzieningen. Dat zijn voorzieningen die inwoners regelmatig gebruiken en die afhankelijk zijn van voldoende inwoners om te kunnen blijven bestaan. “Denk aan een supermarkt, een basisschool in het dorp, een huisarts of een HEMA in de buurt”, vertelt Rik Eijkelkamp, die het onderzoek vanuit DTNP leidde. “Juist deze voorzieningen bepalen hoe prettig en praktisch iemand de woonomgeving ervaart. Maar hoe fijn het ook is om een school dichtbij te hebben, er moeten simpelweg wel genoeg leerlingen zijn om een klas voldoende te kunnen vullen.” 

 

De onderzoeksaanpak 

DTNP bracht de voorzieningenstructuur in de regio in kaart. Ieder dorp en iedere kern werd ingedeeld aan de hand van een bepaalde voorziening, typerend voor de rijkheid aan voorzieningen en voor de schaal van het dorp. Rik: “Dat liep van basisschool-dorpen, met de minste voorzieningen tot HEMA-dorpen met het grootste voorzieningenniveau. Je ziet dat er in de regio een patroon is van onderlinge samenhang van voorzieningen die inwoners gebruiken.” 

Ook bracht DTNP in beeld hoeveel extra woningen er nodig zijn om basisvoorzieningen lokaal te behouden. Daarbij werd ook duidelijk hoeveel inwoners buiten bereik dreigen te raken wanneer voorzieningen verdwijnen.  

“We hebben geanalyseerd wat de invloed van meer woningen in een gebied is op het voorzieningenniveau”, aldus Rik. “Het onderzoek zegt niet: daar moet je gaan bouwen, maar maakt duidelijk dat er wat te kiezen valt en schetst de gevolgen van bepaalde keuzes. Met die inzichten kunnen de bestuurders in de regio verder.”  

 

Hoe staat het ervoor in de regio Stedendriehoek? 

Uit het onderzoek blijkt: qua voorzieningen in de regio zit het op dit moment goed. Ons fijnmazige netwerk van steden, dorpen en kleinere kernen op het platteland maakt dat de basisvoorzieningen voor veruit het grootste deel van de mensen goed bereikbaar zijn.  

“Die structuur van basisvoorzieningen hadden we nog niet in beeld”, vertelt Sietske. “Maar die is wel heel interessant, want daardoor zie je ook welke afhankelijkheden er zijn. We wisten al dat de afhankelijkheden tussen dorpen en steden in onze regio – het daily urban system – groot zijn. 70% van het woon-werkverkeer vindt plaats binnen de Stedendriehoek, dus veel inwoners van de regio werken er ook. Dat is hoog vergeleken met andere regio’s. Het voorzieningenonderzoek heeft die onderlinge afhankelijkheden nog preciezer bekeken. Als er in een dorp of kern geen voorzieningen zijn, waar doen mensen dan boodschappen? Waar gaan ze naar de huisarts, naar welke school gaan de kinderen? Met die inzichten kunnen we gerichter plannen maken hoe we het voorzieningenniveau de komende 25 jaar in standhouden.” 

 

Voorzieningen op de wip 

Dat er keuzes te maken zijn om het voorzieningenniveau in stand te houden, is helder. Maatschappelijke trends zetten het behoud van voorzieningen lokaal onder druk. “Vanwege schaalvergroting zijn er voor een supermarkt meer inwoners nodig”, licht Rik toe. “Bovendien zorgt de vergrijzing voor huishoudensverdunning: minder mensen in een woning. Die ontwikkelingen zetten voorzieningen in dorpen en kleine kernen op de wip.”  

Zonder extra woningen in kleine en middelgrote kernen in de regio neemt het voorzieningenniveau geleidelijk af. Uit het onderzoek blijkt dat de grote supermarkt dan de ‘minst nabije voorziening’ wordt. Wat betekent dat ruim 25.000 mensen meer dan 15 minuten moeten fietsen voor een complete boodschappenvoorziening en dorpsbewoners sterk afhankelijk zijn van een auto. De vraag die daarbij ook speelt: welke afhankelijkheid is straks nog acceptabel als je in het buitengebied of in een dorp woont? Sietske: “We willen echt woningbouw naar een aantal dorpen toebrengen om de leefbaarheid van het dorp én de omgeving in stand te houden. En dat kunnen we heel gericht doen met de lessen uit het onderzoek.”  

 

Bouwen in balans 

Dat we er qua voorzieningenniveau nu goed voorstaan in onze dorpen, steden én op platteland, is een belangrijk inzicht van het onderzoek. Om dat vast te houden en de leefbaarheid op peil te houden, moeten ook aan de kleine en middelgrote kernen  woningen toegevoegd worden. Om te voorkomen dat een basisschool, een supermarkt en een huisarts dichtbij verdwijnen.  

Moeten we dan rigoureus inzetten op het behoud van alle voorzieningen? Nee, vindt Rik. “Op de lange termijn kun je niet overal hetzelfde voorzieningenniveau vasthouden. Neem het mooie dorp Almen. Om daar in de toekomst een huisarts te behouden, moet het eigenlijk verdubbelen qua inwoners. Het is de vraag of dat wenselijk is, omdat mensen vaak juist hechten aan de eigen identiteit en het dorpse karakter. Kies je voor een veel groter dorp mét huisarts of behoud je het karakter van het dorp waarbij men op termijn misschien naar de huisarts in een buurdorp moet?”  

“We moeten slim kijken en waar nodig gericht ondersteunen, in het onderzoek ook wel stutten genoemd. Dat betekent gericht bijbouwen, zodat bepaalde kernen hun voorzieningen en hun karakter kunnen behouden én de grote groei vooral in de steden terechtkomt. Bouwen in balans, daar gaat het om.” 

 

De variantenstudie: er valt wat te kiezen 

Het onderzoek presenteert vier varianten om te verkennen hoeveel woningen er in theorie nodig zijn om de leefbaarheid in de kleine en middelgrote kernen op niveau te brengen of te verbeteren. Deze variantenstudie laat hierin een flinke bandbreedte zien. Zo vraagt de variant ‘behoud van huidig voorzieningenniveau extra groei (opplussen)’ circa 21.000 nieuwe woningen in de dorpen en kernen en zijn voor de variant ‘gericht ondersteunen’ circa 3.600 woningen nodig. Er valt dus wat te kiezen voor de regio! “Besef wel dat deze studie een rekenkundige analyse is op grond van trendvoorspellingen”, voegt Rik toe. “De getallen zijn een benadering van de ontwikkeling en geen harde getallen.”  

De verdeling van de woningbouwcapaciteit tussen de dorpen en de steden lijkt zeker reëel. “Woningen bouwen in de dorpen gaat niet ten koste van de verstedelijking van de stad”, aldus Rik. “Die slagen kunnen in grote mate naast elkaar blijven bestaan. We kunnen dus de leefbaarheid in de dorpen overeind houden en ook de aantrekkingskracht van steden behouden voor jongvolwassenen die er willen studeren, werken en een gezin stichten. Een sterke stad maakt ook een sterk landelijk gebied.”  

 

De route naar het Ontwikkelperspectief 2050 

Het voorzieningenonderzoek is één van de bouwstenen om te komen tot het regionale Ontwikkelperspectief 2050. Eind 2026 moet er een voorkeursvariant liggen, vertelt Sietske. 

“We hebben op allerlei gebieden deelonderzoeken gedaan die samen de bouwstenen vormen voor de ruimtelijke opzet van ons Ontwikkelperspectief. Denk aan mobiliteit: welk effect heeft nieuwe woningbouw op ons mobiliteitssysteem en welke visie voor de toekomst ontwikkelen we voor vervoer? Denk aan klimaat: er is onderzocht wat de natste gebieden in onze regio zijn en waar je dus aangepast of beter niet moet bouwen. Al deze inzichten helpen ons om integraal keuzes te maken voor de toekomst van de regio.” 

 

Leuk om te weten 

Een HEMA is nooit ver weg 

Met de HEMA-dichtheid in de regio is het goed gesteld. Dat laat het onderzoek zien. Ook als je in een klein dorp woont, is een HEMA bijna nooit ver weg. 

 

De invloed van toeristen  

In sommige delen van de regio spelen verblijfstoeristen een belangrijke rol in de aanwezigheid van voorzieningen. Je vindt (extra) supermarkten en HEMA’s in plaatsen waar je ze qua inwoneraantal misschien niet verwacht. Zoals Beekbergen, Eerbeek, Epe, Hoenderloo en Loenen. 

 

Waar gevoetbald wordt, zit een huisarts 

De huisartsendekking is vrij goed in de regio Stedendriehoek. Opvallend is het ‘gat’ bij Harfsen. Bijna alle huisartsenkernen hebben ook een voetbalvereniging (alleen Hoenderloo niet) en dorpshuis (alleen Epse niet). 

Rik Eijkelkamp
Sietske Heddema