
In de Stedendriehoek bouwen we aan een sterke, toekomstbestendige regio. Met een groeiende vraag naar woningen, werklocaties en voorzieningen én de opgaven rondom water, natuur en klimaat ligt er een complexe uitdaging. Een uitdaging die ook kansrijk is, als we ‘m samen aangaan. Monique Loeters, programmamanager Vitaal Landelijk Gebied en Rick Meijerink, programmamanager Regionale Economie van de Toekomst leggen uit waar deze programma’s elkaar raken. En ook: waar nu en in de toekomst kansen liggen voor onze regio.
Eerst een korte schets: wat zijn de speerpunten van de programma’s? Monique Loeters: “Vitaal Landelijk Gebied bestaat uit vijf programmalijnen. Gezond water- en bodemsysteem. Toekomstperspectief agrariërs. Versterken hoge landschappelijke kwaliteit. Duurzaam voedselsysteem. En leefbaar landelijk gebied. Alles bij elkaar werken we aan een toekomstbestendig landbouwsysteem in een weerbaar landschap, waarbij het ook fijn leven en werken is en we – nu en in de toekomst – gezond voedsel hebben.”
Monique is sinds 2018 actief voor de Regio Stedendriehoek, binnenkort in een andere rol. Ze geeft het stokje als programmamanager over aan Bas Nijenhuis-Vesseur en gaat aan de slag als projectleider binnen Vitaal Landelijk Gebied.
Rick Meijerink is per 1 februari verantwoordelijk voor het programma Regionale Economie van de Toekomst. Ook dat programma heeft vijf programmalijnen. Voldoende ruimte voor werk. Het toekomstbestendig maken van bestaande werklocaties, gericht op onder andere verduurzamen, vergroenen en investeren in organisatiekracht. Een veerkrachtige arbeidsmarkt. Het logistiek ecosysteem A1/IJssel en ondersteuning van het MKB.
Rick: “Deze regio heeft een sterk MKB. Kijk je naar de toekomst, dan kunnen bedrijven een grote maatschappelijke bijdrage leveren als het gaat om weerbaarheid, veiligheid en digitalisering van de samenleving. Thema’s die in de huidige geopolitieke situatie hoog op de agenda staan. Ons programma helpt bedrijven en ondernemerscollectieven te anticiperen op veranderingen en transities zoals de energietransitie of de transitie naar een circulaire economie. Ook helpen we investeren in innovatie en mensen en samen te werken met partners en ondersteuningsprogramma’s. Vanuit het Regio Deal project ‘Krachtig MKB’ voeren transitiemakelaars gesprekken met ondernemers: waar lopen ze tegenaan? Hoe kijken ze naar personeel of verduurzaming? De transitiemakelaars zijn zelf ook ondernemer, dus kennen de vraagstukken uit de dagelijkse praktijk.”
Die formule herkent Monique vanuit haar programma. Monique: “In het landelijk gebied speelt hetzelfde. Soms weten agrariërs in het woud der regelingen echt niet meer waar ze wat kunnen vinden. We hebben een subsidievoorstel geschreven om hen experts aan te bieden, die helpen zoeken naar antwoorden en oplossingen.”
De programma’s raken elkaar op diverse punten. Een daarvan is ‘ontwikkelen in balans’. Voor nieuwe bedrijventerreinen aan de randen van steden of dorpen is ruimte nodig. Tegelijkertijd willen we het netwerk van bomen, hagen, sloten en beken in het landschap versterken en natuurgebieden aan elkaar verbinden.
Monique: “Het zou mooi zijn als we de woningbouwopgave en de ontwikkeling van bedrijventerreinen aangrijpen om de zogeheten groenblauwe versterking mogelijk te maken. Dat is een zoektocht waarin we samen moeten optrekken. Meer groen en water verhoogt de leefbaarheid en brede welvaart. Die maatschappelijke meerwaarde is moeilijk in geld uit te drukken, maar het is van belang dat we daar meer energie op zetten samen”.
Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein kan natuur en landschap een barrière lijken. Rick en Monique zien juist kansen. Rick: “Door in het ontwerp bomen, struiken en water toe te voegen en de verbinding te maken met het gebied eromheen, creëer je zoveel voordelen. Werknemers kunnen in de pauzes fijn naar buiten, de groene omgeving vangt hittestress af, voorkomt wateroverlast en verhoogt de biodiversiteit. Ook ziet het er aantrekkelijk uit en draagt het bij aan een hogere arbeidsproductiviteit en gezondheid van medewerkers. Vergroenen en verblauwen is dus een investering die rendeert en bedrijventerreinen tegelijkertijd waardevaster en toekomstbestendiger maakt. Zie geen belemmeringen, maar benut juist de kansen in het ontwerp van een werklocatie of een bedrijventerrein.”
Dat geldt overigens ook voor bestaande terreinen. Het Regio Deal project ‘Groene & Gezonde bedrijventerreinen’ voegt groen en water toe aan bestaande terreinen, waardoor verbinding met de omgeving ontstaat. Rick: “Vaak zijn deze locaties afgesloten versteende eilanden, direct aan de rand van landelijk gebied. Met een eenvoudige doorsteek maak je dat landelijk gebied beschikbaar voor werknemers om een rondje te wandelen. Het omgekeerde geldt ook: het bedrijventerrein wordt een toegankelijke plek voor inwoners en de omgeving.”
Een mooi voorbeeld van zo’n ‘Werklandschap van de Toekomst’ is het bedrijvengebied in Apeldoorn Zuid. Landelijk gezien is dit een ambassadeursterrein, omdat het innovaties toepast die aansluiten bij de specifieke uitdagingen en kansen van het gebied. Lees er meer over >
Vergunningen die vastlopen door stikstofproblematiek, congestie op het elektriciteitsnet en waterbeschikbaarheid: deze problemen spelen bij zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven. Daar zien Monique en Rick mogelijkheden voor samenwerking. Monique: “De sleutel wat betreft stikstof ligt bij de agrarische sector, maar inzet op andere terreinen is zeker nodig. Voor behoud van het regenwoud is het goed dat bedrijven bijvoorbeeld carbon credits kopen om hun CO2– uitstoot te compenseren, maar mijn oproep is: zoek het dichter bij huis en investeer in klimaatprojecten in de regio. Dat geeft bedrijven perspectief voor de toekomst en versterkt de omgeving.”
Vanuit de samenwerking met de Economic Board van de Regio Stedendriehoek vinden gesprekken plaats met agrifood ketenpartners zoals Qlip, ForFarmers en FrieslandCampina. Onderwerp van gesprek: hoe houden we de melkveehouderijsector – belangrijk voor deze grote bedrijven – op een duurzame manier in stand?
Over perspectief gesproken: er zijn boerenbedrijven die overstappen op een andere vorm van voedselproductie, op een meer extensieve vorm van landbouw of op minder dieren. Maar er zijn ook bedrijven die genoodzaakt zijn om te stoppen of een andere weg willen inslaan met een ander verdienmodel. Om economische dynamiek te behouden in het landelijk gebied, zijn nieuwe economische dragers noodzakelijk. Denk aan andere functies in de vrijetijdseconomie, zoals een bed and breakfast, boerengolf of bedrijven die vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) als locatie benutten voor een nieuwe onderneming.
Rick: “Voor een vitaal landelijk gebied kunnen nieuwe economische dragers gewenst zijn en dat gaat per definitie over mijn programma. Natuurlijk wil je grootschalige, verkeersintensieve bedrijven bij voorkeur op een bedrijventerrein vestigen, maar kleinere ondernemers kunnen juist heel goed starten op die VAB-locaties.”
Hoe maak je de optie van een ‘nieuwe economische drager’ aantrekkelijk voor ondernemers; daar valt nog werk in te verrichten. Monique: “We moeten de komende tijd samen met gemeenten onderzoeken hoe je dat ruimtelijk goed regelt. Wil je de leefbaarheid goed houden en kleinschalige bedrijvigheid op het platteland in stand houden, dan moet je samen met de ondernemers zoeken naar mogelijkheden. Wel kaders stellen, maar ook ruimte bieden en uitnodigend zijn. ‘Ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.”
Rick: “Je kunt regionaal ook iets vinden van nieuwe economische dragers voor het landelijk gebied. Als je binnen de regio gelijke afspraken en regels hanteert, hoeft niet elke gemeente het wiel voor zichzelf uit te vinden.”
In de ambitie om als Nederland in 2050 100% circulair te zijn, heeft het landelijk gebied een belangrijke functie. Dit gebied kan goed ingezet worden voor de teelt van verschillende type biobased bouwmaterialen. Maar óf boeren zich hierop toeleggen, hangt sterk samen met de vraag naar deze materialen. De Regio Stedendriehoek is hard aan het werk om juist die afzetkant te ontwikkelen.
Monique: “Het levert nog altijd meer op om maïs te telen dan vezelhennep. En de verwerking tot een eindproduct is complex, waardoor biobased bouwmaterialen nog duurder zijn dan reguliere bouwmaterialen. Toch zijn we wel aan het experimenteren met het telen van die biobased bouwmaterialen, want wachten is geen optie. Het Regio Deal project ‘Boeren voor Biobased Bouwen’ versterkt dit proces. Hierin werken regionale agrarische bedrijven, bouwbedrijven, gemeenten, corporaties en het waterschap samen aan het optimaliseren van de keten van plant tot pand. Wij helpen agrariërs bijvoorbeeld in de zoektocht naar verwerkingsmogelijkheden”.
Er zijn wel voorbeelden in de regio waar al gebouwd wordt met biobased bouwmaterialen, vertelt Monique. Een mooi voorbeeld is het gemeentehuis van Voorst. Toch komen deze materialen nog vaak van buiten onze regio. “We moeten van beton naar hout, van ver weg naar binnen de regio. Daar zetten we mooie stappen in”, aldus Monique.
Overheden kunnen de circulaire economie aanjagen door bij kaveluitgifte te beoordelen op biobased en circulair bouwen. Zoals op A1 Bedrijvenpark in Deventer. Hier is naast het gebruik van circulaire materialen ook nagedacht over demontage van gebouwen aan het einde van de gebruiksfase. Dat betekent dat de spanten niet helemaal aan elkaar vast zitten, maar over 25 jaar zijn los te halen voor hergebruik.
Laatste onderwerp waarmee beide programma’s te maken hebben: weerbaarheid. Water, voedsel en energie – de basisbehoeften voor mens en maatschappij – zijn tegenwoordig steeds minder vanzelfsprekend. We moeten als regio investeren in expertise voor een toekomstbestendige en weerbare samenleving.
Rick licht toe: “Er zijn toonaangevende bedrijven in deze regio die op de thema’s water, voedsel en energie een grote rol spelen, van Europese markt tot wereldmarkt. Met ondernemers, onderwijs en overheden willen we langjarig samenwerken om talent op te leiden en naar onze regio te halen. Om innovatie en de concurrentiekracht van bedrijven te versterken. En ervoor te zorgen dat we in tijden van crisis weerbaar zijn en kunnen beschikken over deze basisvoorzieningen.”
Het onderwerp voedselzekerheid krijgt ook aandacht in de regionale voedselagenda van het programma Vitaal Landelijk Gebied. Monique: “We moeten voedselzekerheid vanuit de juiste schaal benaderen. Ik vind het belangrijk dat we boeren uit onze eigen regio ondersteunen en zoveel mogelijk lokale producten gebruiken, maar dat betreft maar een klein deel van het totale voedselgebruik. Het is goed om op grotere schaal met elkaar te onderzoeken: wat hebben we nodig, wat kunnen wij als Noord-Europa verbouwen en verwerken en welke logische rol kunnen onze boeren daarin spelen?”
Of het nou gaat om de landbouwtransitie, de circulaire transitie, de energietransitie of de voedseltransitie: bedrijven moeten erop acteren. Dat geldt voor boeren, transportbedrijven, de bouw en de maakindustrie. Waar mogelijk ondersteunt, adviseert en verbindt de Regio Stedendriehoek. Want samen bouwen we aan een sterke, toekomstbestendige regio.
Meer weten over één van de onderwerpen in dit artikel?
Neem contact op met:
Rick Meijerink, programmamanager Regionale Economie van de Toekomst 0639245404
Monique Loeters, programmamanager Vitaal Landelijk Gebied 06 518 01 045